EK-HISTORIE

 

 

       


EURO 2004

12e EK

Organiserend land: Portugal

Winnaar: Griekenland

Onderstaande documenten zijn pdf-bestanden.


Voor de start

 

Lange tijd zag het er naar uit dat Spanje de organisatie van Euro 2004 zou krijgen. Ze hadden een indrukwekkende campagne opgezet, hadden goede stadions en infrastructuur, een rijke voetbaltraditie en ervaring (EK 1964, WK 1982). Een aanbod van Portugal om samen voor de organisatie van de eindronde te gaan, werd van de hand gewezen, waarna de Lusitaniërs besloten op eigen kracht verder te gaan.

De concurrenten Portugal en Oostenrijk/Zwitserland leken weinig kans te maken. Bij een eerste stemming kreeg Spanje elf van de zestien stemmen. Maar binnen de UEFA kregen de ‘kleinere’ landen steeds meer steun. Op 11 oktober 1999 kwam een verrassende uitslag bij de definitieve stemming in het Eurogresszentrum in Aachen: Spanje kreeg slechts vier stemmen, Oostenrijk/Zwitserland twee en Portugal tien! De kleintjes waren de groten de baas, hun macht leek tanende.

De UEFA kreeg veel bijval door de conservatieve houding los te laten en nieuwe wegen in te slaan. In Spanje was de teleurstelling uiteraard groot. Onder aanvoering van de Bask Angel Villar had men zich vrij zeker gevoeld over de toewijzing, des te groter was de schok van de nederlaag.

 

Het rommelde flink in de Europese voetbalwereld. Het Bosman-arrest, de waanzinnige bedragen voor tv-rechten (en internet), het faillissement van ISL  etc. Clubs als Real Madrid zaten diep in de schulden.

De kleine landen wilden meer macht, het idee om ze voor het EK en WK in voorrondes te elimineren wisten ze te blokkeren.

 

Sportief leek de Europese voetbalwereld op zijn kop te staan. Europees- en wereldkampioen Frankrijk scoorde op het WK 2002 geen enkele goal en werd door oud-kolonie Senegal vernederd. Ook Portugal moest vroegtijdig naar huis. Nederland haalde het toernooi niet eens en Italië kwam niet verder dan de kwartfinale, terwijl Duitsland plotseling weer (weliswaar door een gelukkige loting en met het nodige geluk) uit de crisis kwam en tot de finale reikte. Sterren als Zidane, Figo, Totti en Kluivert leken verbleekt, waarbij de discussie oplaaide of de speelkalender te vol en de competities te zwaar waren.

Stemmen gingen op om de kleine landen voorrondes te laten spelen, waardoor de ‘sterren’ niet meer in actie hoefden te komen in onbetekenende partijtjes.

Bij de clubs heersten de Zuid-Europese landen. Na Bayern München in 2001 wonnen achtereenvolgens Real Madrid, AC Milan en FC Porto de Champions League.

 

De loting

Vijftig deelnemende landen, verdeeld over tien groepen van vijf, waardoor alle landen minder wedstrijden hoefden te spelen. De nummers twee hadden ook nog een kans zich via de play-offs plaatsen, zodat de meeste toplanden zich wel bij de laatste zestien konden voegen. Vooral in groep 2 (Denemarken, Roemenië, Noorwegen) en groep 8 (Bulgarije, Kroatië en België) waren drie redelijk gelijkwaardige landen bij elkaar ingedeeld en kon het nog spannend worden.

 

2008 2004 2000 1996
1992 1988 1984 1980
1976 1972 1968 1964
1960 Voorgeschiedenis    

 

 

Home